Het begon met een advertentie in de lokale krant: rietdekker gezocht. De vijftienjarige Wim Bouwman uit Voorthuizen werd hier door zijn vader op af gestuurd. Hij kon meteen het dak op. Ruim zestig jaar later is het nog steeds zijn lust en zijn leven. “Hoe moeilijker de klus, hoe leuker ik het vind.
Bep Bouwman glimt als ze over haar man en zijn werk praat: “Als we in de auto langs een huis, molen of hooiberg rijden waar Wim het rieten dak heeft gelegd, zit hij meteen achterste voren in zijn stoel. ‘Dat ziet er nog best goed uit’, zegt hij dan. Ik roep de hele tijd dat hij op de weg moet letten.” Wim (76) is nog altijd rietdekker. Als er een leuke klus voorbij komt, vraagt hij Bep: “Zal ik het doen?” Zij zegt altijd ja: “Wim moet gewoon lekker zijn gang kunnen gaan en lekker bezig blijven.” Ze leerden elkaar kennen bij het plaatselijk koor, waar Wim nog steeds organist en dirigent is.
Geen planning
In de voortuin van hun huis staat een replica van een rieten dak. ’s Avonds gaan de lichtjes onder het dak aan. Hier woont een liefhebber! Wim: “Het rietdekken is me nooit gaan vervelen. Waarom zou het? Elk bosje riet is weer anders. Ik ben de hele dag buiten en creëer iets.”
Als vijftienjarige jongen was Wim ‘klaar’ met leren. Beter gezegd: met binnen zitten. Zijn vader zag het en ging voor hem op zoek naar een werkgever. In de krant las hij dat rietdekkersbedrijf Davelaar in Voorthuizen een rietdekker zocht. Wim ging erheen en kon beginnen.
In 1980 nam hij het bedrijf over. Hij werkt in weer en wind en als het moet ook in de weekenden. “Ik ga door zolang ik er plezier in heb en zolang het lukt. Maar iedereen weet donders goed: kom bij mij niet aan met een planning. Die geef ik je direct terug. Ik weet wat ik moet doen en werk zorgvuldig. Het is af wanneer het af is.” Met twee broers Tegenwoordig doet hij alleen nog de leuke, aparte klussen. Vooral molens. “Dat is zulk specifiek werk, met zo’n volledig ronde kap. Het riet zet je er met touwen op, niet met een naald zoals bij andere klussen. Je doet het met zijn tweeën: de een werkt binnen de kap, de ander aan de buitenkant. Zonder dat je elkaar ziet, moet je samen dat riet erop zetten.”
Met twee broers
Tegenwoordig doet hij alleen nog de leuke, aparte klussen. Vooral molens. “Dat is zulk specifiek werk, met zo’n volledig ronde kap. Het riet zet je er met touwen op, niet met een naald zoals bij andere klussen. Je doet het met zijn tweeën: de een werkt binnen de kap, de ander aan de buitenkant. Zonder dat je elkaar ziet, moet je samen dat riet erop zetten.”
Wim werkt al jaren met zijn twee broers, inmiddels 74 en 79 jaar jong. “Zij hadden altijd hun eigen baan en hielpen mij wanneer ze konden. Sinds hun pensionering doen we alle klussen samen. Zodra een molenaar zich bij mij meldt, bel ik mijn broers: ‘Hebben we er zin an?’ Het antwoord is altijd ja.”
Geluk gehad
Van begin af aan kreeg Wim veel opdrachten via GLK, inmiddels al zestig jaar. Zijn broer maakte vorig jaar een fotoboek met een overzicht van alle klussen: landhuizen, hooi bergen, de boerderij uit de IJzertijd in het Wekeromse Zand en ga zo maar door. Op een van de foto’s doen de broers achterover leunend tegen een paar rietbossen een dutje. Ook zien we foto’s van het huis waar Wim dertig jaar woonde, een boerderij van GLK: “Ik was daar het dak aan het doen, toen de huurster wegging. Ik zocht opslag voor mijn spullen en vroeg of ik de boerderij mocht huren. Vervol gens heb ik er met heel veel plezier gewoond.”
Zestig jaar rietdekken, zestig jaar werken voor GLK – Wim ziet het niet als een prestatie: “Ik heb gewoon geluk gehad dat ik dit zo lang kan doen. Het is ook altijd goed gegaan. Ik ben wel drie of vier keer gevallen, maar ben nooit verkeerd terechtgekomen.” Het werk is hem naar eigen zeggen altijd komen aanwaaien: “Ik ben GLK dankbaar dat ze zoveel mooie klussen voor me hadden. De verstandhouding met de stichting is altijd supergoed geweest.”
Dit artikel word je aangeboden door Geldersch Landschap & Kasteelen.